Een gezondere bevolking kan een pandemie beter aan

Op 9 maart viert Wageningen University & Research haar 103e Dies Natalis. Online dit keer, vanwege de wereldwijde uitbraak van COVID-19. Ook WUR is in de ban van de pandemie en werkt op verschillende terreinen aan het voorkomen en bestrijden van toekomstige pandemieën. Onder de titel Pandemic Prevention, Prediction and Preparednes gaan 9 maart experts met elkaar in gesprek. Eén van hen is Emely de Vet, hoogleraar Consumptie en Gezonde Leefstijl.

“Zo zie ik het niet. Overgewicht is namelijk geen persoonlijke keuze. Het is een probleem van de maatschappij. Zolang 80 procent van wat er in de supermarkt verkrijgbaar is níet in de Schijf van Vijf past en driekwart van de producten in de aanbieding ongezond zijn, is het voor mensen heel moeilijk om hun leefstijl aan te pakken.”

Met tien miljoen chronisch zieken, kunnen we niet zo nonchalant denken over leefstijl

Bepaalt leefstijl hoe kwetsbaar je bent in een pandemie?

“Ja. Een ongezonde leefstijl verhoogt de kans op chronische aandoeningen en die maken je kwetsbaarder. Zo hebben mensen met overgewicht vaak last van diabetes en hart- en vaatziektes: allemaal risicofactoren voor een slecht beloop áls je COVID-19 krijgt. Niet voor niets hamerde minister De Jonge er vorig jaar op: leef gezond. Ben je fit dan werkt je immuunsysteem beter en dat maakt je minder kwetsbaar in een pandemie.”

Toch denken heel veel mensen nog: het zal wel loslopen.

“Klopt. Maar dat is een veel te nonchalante houding als je weet dat we in Nederland maar liefst tien miljoen chronisch zieken hebben. Daar zitten ook milde ziektebeelden tussen zoals bronchitis en hooikoorts, maar ruim de helft – 5,4 miljoen mensen – hebben méér dan één chronische aandoening en bezochten in 2019 ook de huisarts vanwege klachten (als pijn, geestelijk lijden, beperkingen in het dagelijks functioneren, red.).”

De coronapandemie is dus een wake-up call?

“Absoluut. Het laat zien hoe ongelooflijk belangrijk het is dat we leefstijl gaan aanpakken. Niet alleen vanuit het perspectief van ziek worden, maar ook omdat de zorg overbelast raakt. Ook zonder COVID-19 leggen leefstijlgerelateerde ziektes een enorme druk op onze gezondheidszorg. En die staat nu helemáál onder hoogspanning, onder meer doordat mensen met onderliggend lijden (zoals obesitas of diabetes) op de IC belanden. Terecht krijgen deze kwetsbare groepen nu voorrang bij vaccinaties, maar je merkt dat dat wel reacties oproept. Alsof zij er zelf schuld aan hebben dat ze op de IC terechtkomen en een bed bezet houden.”

Meer fruit en tien minuten extra bewegen maakt ons beter bestand tegen een pandemie

Toen een arts vorig jaar zei dat mensen met een niet-westerse achtergrond oververtegenwoordigd zijn op de IC, werd hem dat niet in dank afgenomen. U vindt dat we juist wél moeten benoemen wie er op de IC liggen?

“Ja, maar het moet wel in de juiste context worden geplaatst. De oorzaken zijn namelijk veel complexer dan afkomst, het niet naleven van coronaregels of gebrek aan motivatie om gezond te leven. Het gaat erom dat deze mensen kwetsbaarder zijn, omdat hun positie in de maatschappij ongunstig is. COVID-19 legt die sociaaleconomische ongelijkheid pijnlijk bloot én vergroot de verschillen nog verder. Voor mensen met minderbetaalde beroepen is thuiswerken nauwelijks mogelijk. Hun kleinere huizen – waar ze vaak met meer mensen samenwonen – staan in dichtbevolkte buurten. Bovendien hebben ze nu nóg meer zorgen dan anders, over geld, over het verliezen van hun baan door COVID-19. Gezond eten is dan geen prioriteit en al helemaal niet als gezonde producten ook nog eens duurder zijn dan ongezonde keuzes. Bovendien kampen deze mensen sowieso vaker met gezondheidsproblemen als obesitas en diabetes: risicofactoren bij het verloop van een coronabesmetting. Het is voor sommige groepen dus echt veel moeilijker om aan COVID-19 en de gevolgen van de pandemie te ontsnappen.”

Hoe gaat u zorgen dat we fitter zijn als een volgende pandemie zich aandient?

“Als leerstoelgroep Consumptie en Gezonde Leefstijl van WUR hebben we een unieke positie, omdat we een scala aan disciplines en methoden in huis hebben: van gezondheidswetenschappen tot psychologie, pedagogiek, geografie en antropologie. Om menselijk gedrag te begrijpen en interventies te ontwikkelen heb je een brede blik nodig.”

Aan welke interventies moeten we denken?

“Heel divers: van voedseleducatie in het basisonderwijs tot het aanpassen van de voedselomgeving (supermarkten, tankstations, catering, onderwijsinstellingen, red.) zodat het makkelijker is om gezonde keuzes te maken. En denk ook aan digitale tools in de zorg die patiënten helpen bij gedragsverandering. Om het effect van beleid en interventies te onderzoeken werken we veel samen met praktijk- en beleidspartners. Een mooi voorbeeld is de academische werkplaats publieke gezondheid (AGORA) waarin we met de GGD Noord- en Oost-Gelderland en 22 gemeenten samenwerken om wetenschappelijk onderzoek te testen en tegelijkertijd maatschappelijke impact te bewerkstelligen.”

Interventies zijn vaak gericht op kleine gedragsveranderingen, zoals een appel in plaats van een snack. Is dat genoeg om ons tegen een virusuitbraak te beschermen?

“Voor jou als persoon zal het misschien niet veel uitmaken, maar als de gehele bevolking twee stuks fruit eet maakt dat wél verschil. Als we dan ook nog eens allemaal dagelijks tien minuten meer gaan bewegen zijn we op populatieniveau echt beter bestand tegen een volgende pandemie. Het is dus essentieel dat we leefstijl niet meer als een individuele verantwoordelijk benaderen, maar het systeem aanpakken dat een ongezonde leefstijl in stand houdt. Dat zou kunnen met maatregelen als een vet- of suikertax. Velen pleiten daar al jaren voor in Den Haag, en de coronapandemie vergroot die urgentie. Ik ben in elk geval blij om te lezen dat het belang van leefstijl en leefomgeving in een stuk meer verkiezingsprogramma’s wordt genoemd dan vier jaar geleden en dat de regering onlangs tweehonderd miljoen euro heeft vrijgemaakt om welzijn en leefstijl van kwetsbare groepen te verbeteren.”

/Public Release. This material comes from the originating organization and may be of a point-in-time nature, edited for clarity, style and length. View in full here.